20 januari 1919 – Karl Moltrecht

2016-01-20 KARL MOLTRECHT1Er kan mij niets gebeuren. God weet ervan en ik ben omringd door zijn zegen.

Karl Moltrecht

 

 

 

 

 

Karl Moltrecht werd geboren op 24 mei 1860 in een klein dorp in Livonia, het gebied van het huidige Estland en Letland. Livonia was onderdeel van het Russische Rijk en de familie Moltrecht hoorde bij de Duitstalige minderheid. Karl werd geboren in een echte domineesfamilie en leek voorbestemd om ook predikant te worden. Hij studeerde vanaf 1879 theologie aan de Universiteit van Dorpat. Daar maakte hij deel uit van de broederschap van Duitstalige studenten. In 1886 studeerde Karl af en kon hij als luthers predikant aan de slag.

Nadat hij in diverse gemeenten met ervaren predikanten had meegelopen, kreeg hij in 1889 een eigen gemeente: Code. Het was ronduit opmerkelijk dat hij als man uit Livonia werd aangesteld in Koerland. In 1891 werd hij opnieuw benoemd in een gemeente in deze provincie: Dundaga. Hij deed het goed bij de Duitse en de Letse gemeenschap. Moltrecht stond bekend als een conservatieve theoloog en een harde werker. Hij trotseerde lange afstanden om zijn gemeenteleden te bezoeken. Soms moest hij te paard of te voet wel 60 kilometer afleggen voor een pastoraal bezoek. In 1900 werd hij op de leeftijd van nog maar 40 jaar decaan van Piltene.

Revolutie
Het uitbreken van de Russische Revolutie in 1905 betekende een groot gevaar voor predikanten en priesters. Moltrecht werd ook bedreigd, maar bleef in tegenstelling tot anderen op zijn post. De revolutie bracht verdeeldheid in zijn gemeente. Hoewel maar een klein deel van de kerkgangers in Dundaga de revolutie steunde, trok hij het zich enorm aan. Was hij wel een goede predikant? Had hij zijn gemeenteleden in prediking en pastoraat niet moeten weerhouden om mee te doen? Moltrecht overwoog om zijn ontslag in te dienen, maar overwon zijn geloofscrisis. In 1906 redde hij vele gemeenteleden het leven, omdat ze door de Russen werden beschuldigd van steun aan de revolutie.

Grootgrondbezitters en geestelijken
Na de bezetting door de Duitse troepen in de Eerste Wereldoorlog brak er opnieuw een explosieve periode aan in Koerland. De bolsjewisten namen op 3 januari 1919 de macht over. Dat was niet alleen slecht nieuws voor de adel, maar ook voor de geestelijken. Moltrecht was niet bang. Hij leefde in betrekkelijke armoede en veronderstelde dat de bolsjewisten het vooral op de rijken hadden gemunt. Hij bleef zijn gemeente trouw. Op 15 januari werd hij gearresteerd en zei hij tegen zijn vrouw: “Er kan mij niets gebeuren…”. De haat van de bolsjewisten richtte zich vooral op de grootgrondbezitters, maar toen zij werden weggevoerd keek de commandant naar Moltrecht: “Hij is van het soort dat ook moet meekomen”.

Er werd een hoorzitting gehouden, maar de verdachten kregen niet de gelegenheid om zich te verweren: “Het is genoeg! Zwijg!” Voordat ze werden gedood moesten Moltrecht en 18 anderen hun eigen graf delven. Karl Moltrecht overleed op 29 januari 1919.

 
Ter overweging
En Ik zeg u, mijn vrienden: “Wees niet bevreesd voor hen die het lichaam doden en daarna niets meer kunnen doen”.
Lukas 12: 4