Het bonnetje en crisiscommunicatie

Woensdag 25 mei 2016, de dag waarop de Commissie-Oosting het tweede deel van het rapport over de bonnetjesaffaire zou presenteren. Ik was al vroeg onderweg. Radio 1 signaleerde dat een paar ochtendkranten al hadden uitgepakt met het nieuws van de dag: “Geen doofpot, maar geklungel”. Iedereen in Den Haag was nog in gespannen afwachting, maar de kranten schreven er al over. Hoe kon dat? Hadden zij het embargo geschonden?

Er was waarschijnlijk iets anders aan de hand. De greep van het populisme op het publieke debat draagt bij aan een afrekencultuur, waarin de hamvraag is welke koppen er moeten rollen. Het gaat veel minder om de inhoud. Dat legt de hoofdrolspelers in de aanloop naar zo’n presentatie van de Commissie-Oosting een enorme druk op. Hoe kunnen zij de toon zetten, voordat de populisten dat doen en de beeldvorming niet meer bij te sturen is?

Crisiscommunicatie

Los van alle inhoudelijke kanten van de zogenoemde bonnetjesaffaire is duidelijk dat het populisme in de politiek gevolgen heeft voor de crisiscommunicatie van de overheid. De vlam slaat snel in de pan. Hoe kun je de communicatie dan managen? Emoties spelen een belangrijke rol en er is voor nuancering weinig ruimte. Daar moeten voorlichters en woordvoerders op de een of andere manier op inspelen.

Ik was nog niet op mijn bestemming, dus mijmerde maar even door:  het ligt voor de hand dat de spindoctors van het ministerie van Veiligheid en Justitie al vóór de presentatie door de Commissie-Oosting hun kernboodschap hebben neergelegd bij een aantal journalisten.  Daar kun je iets van vinden, maar het geeft in elk geval aan dat zij heel goed begrepen hebben dat het vanwege het populistische klimaat noodzakelijk is dat je zelf voorop loopt bij de framing van een crisissituatie. Zet als eerste een beeld neer en laat dat niet over aan anderen!

De Haagse praktijk verdient heel vaak geen schoonheidsprijs, maar lokale en provinciale communicatieadviseurs en voorlichters kunnen van hun collega’s meenemen dat regie in crisiscommunicatie heel belangrijk is. En: the devil is in the details! Het is de kunst om de kernboodschap te vertalen in compacte zinnen, die in de woordvoering steeds weer terugkomen: “Geen doofpot, maar geklungel”. Heb je te maken met een grote of een kleine crisis? Zit er dan bovenop, want voor je het weet is het sentiment niet meer te beheersen!

Nico Schipper