Dat onbehagen! Wat moet ik ermee?

Donald Trump is de president van het onbehagen. Hij gaf in zijn verkiezingscampagne vooral stem aan een diepe afkeer van de bestuurlijke elite in de Verenigde Staten. Na de bekendmaking van zijn overwinning liet hij desondanks weten de president van alle Amerikanen te willen zijn. Dat stelt hem voor de grootse uitdaging om de scherpe tegenstellingen in de samenleving te overbruggen en zich te laten kennen als een verbinder.

Het onbehagen in Nederland heeft nog niet tot politieke aardverschuivingen geleid, maar het is volop aanwezig. Kim Putters, directeur van het Sociaal Cultureel Planbureau, reageerde op de verkiezingsuitslag in de Verenigde Staten met de mededeling dat 30 procent van de Nederlanders de politiek wantrouwt. Hun problemen worden niet aangepakt! De politiek zoekt bijna wanhopig naar een antwoord. De één meent zich weer te kunnen verbinden met de man in de straat door revolutionaire democratische vernieuwingen en de ander kiest voor populisme. Wat is het antwoord van christenen en hoe geven zij dat concreet vorm?

Code Oranje
Onbehagen en onvrede linken we vooral aan de landelijke politiek, omdat daar een provocerende tegenstem voortdurend om aandacht van de media schreeuwt. Intussen vinden we de wortel van de afkeer van de bestuurlijke elite en het cynisme over de toekomst veel dichter bij huis. In ons eigen dorp en onze eigen stad. En heel misschien vinden we iets daarvan ook terug in ons eigen denken. Christenen zijn vatbaarder voor de cultuur dan we vaak durven toegeven.
Het wantrouwen in de politiek raakt natuurlijk ook het functioneren van christenen in de politiek. Gemeenteraadsleden en wethouders horen het rondzingen en een gevoel van onmacht bekruipt hen: ‘Dat onbehagen! Wat moet ik ermee?’ De afgelopen weken buitelden de voorstellen voor een drastische vernieuwing van de lokale democratie over elkaar heen. De traditionele gemeenteraad is uit de gratie. Er zijn nieuwe vormen nodig om politiek en samenleving weer met elkaar te verbinden. Code Oranje werd afgekondigd. De gemeenteraad moet op de schop. Er moet meer ruimte komen voor burgerinspraak. Hoe eerder hoe beter.

Democratische vernieuwingen
Is dat de oplossing? Burgerinspraak blijkt in de praktijk vaak het feestje van hoger opgeleiden, terwijl het onbehagen over de politiek en de bestuurlijke elite juist en vooral bij mensen met een praktische scholing zit. Het zou bestuurders en volksvertegenwoordigers bovendien sieren als zij niet alleen mopperen op de democratische instituties, maar ook in de spiegel durven te kijken. Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft in ‘Sociaal en institutioneel vertrouwen in Nederland’ (2015) laten zien dat het vertrouwen in instituties begint met vertrouwen in mensen. En daar zit nu juist de pijn. Het vertrouwen in bestuurders en volksvertegenwoordigers daalt. Het democratisch proces is stroperig en de uitkomst is vaak teleurstellend. Burgers weten het zeker: ‘Het kan beter en het kan sneller’. De imperfectie van de democratie veroorzaakt onbegrip en dankzij de sociale media wordt dat met de hele wereld gedeeld en vermenigvuldigd.

Flow van het populisme
Er verschijnen nieuwe politieke bewegingen op het toneel die de stem van het onbehagen en de onvrede in het maatschappelijk debat versterken. Dat blijft niet onopgemerkt. De tegenstem kan rekenen op de sympathie van veel kiezers. Hoewel de populistische tegenstem geen antwoorden geeft, roept de echo van het onbehagen herkenning op bij veel mensen. Eindelijk wordt er geluisterd! De gevestigde politieke partijen moeten niet alleen een antwoord vinden op het onbehagen, maar ook op de concurrentie van het populisme. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Het is aan christenen in de politiek om onder deze moeilijke omstandigheden de verleiding te weerstaan om mee te liften op de flow van het populisme. Soms laten ze ook spierballentaal horen, maar zullen ze beseffen dat het geen duurzaam antwoord is op de onvrede. Ik merk dat lokale bestuurders worstelen met een gevoel van onmacht. Zij verwachten geen heil van revolutionaire democratische vernieuwingen, want de democratie is namelijk geen machine die het iedereen naar de zin kan maken. Er zal daarom altijd iets van onvrede en teleurstelling overblijven. Toch voelen zij de noodzaak om politiek en samenleving weer met elkaar te verbinden, maar weten zij niet hoe ze dat concreet vorm moeten geven. De wetenschap dat vertrouwen in instituties begint met vertrouwen in mensen kan het vertrekpunt voor hun zoektocht zijn. Mensen kunnen het verschil maken!

 

Opinie Donald Trump Nico Schipper & Oosterwijk communicatie overheid politiek

Make America great again
Burgers kunnen hun onbehagen nauwelijks woorden geven. Het is een gevoel. De wereld om hen heen verandert. Het is niet meer zoals het was. Hun houvast verkruimelt en onzekerheid maakt zich van hen meester. En de politiek? Die laat hen in de steek! Populisten spelen met een emotioneel appèl in op de angst voor een onbekende toekomst. Daarbij is polarisatie een belangrijk instrument. Een duidelijke boodschap over ‘goed’ en ‘fout’ geeft weer houvast! Donald Trump gaf een stem aan het heimwee met zijn campagneslogan ‘Make America great again’ en typeerde Hillary Clinton als de verpersoonlijking van het kwaad. Daarmee toonde hij zich een rasechte populist.
De campagnestrategen weten dat het zo werkt: burgers committeren zich vooral vanuit hun emoties aan een beleidsprogramma en een politieke partij. Niet op basis van de inhoud en van rationele overwegingen. Daarmee rekenen zij met de werking van onze hersenen. Dat ‘emotionele commitment’ is niet ‘dom’ en heeft ook niets te maken met onze belevingscultuur, maar zegt iets over ons brein. Niet minder dan 90 procent van onze beslissingen nemen wij op basis van het associatieve en emotionele systeem van ons brein. Het kritische en rationale systeem in onze hersenen is nauwelijks in staat die keuzes te corrigeren. Dat is de les van de psycholoog en Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman.

Vrede voor de stad
Voor christenen in de politiek is het geen begaanbare weg om in het spoor van populisten te polariseren. Zoek de vrede voor de stad! In ballingschap. Als minderheid en als vreemdelingen. Populisme en polarisatie dienen de vrede niet. Christenen zijn per definitie bouwers en verbinders en staan in de politiek voor de uitdaging om niet alleen de kloof tussen politiek en samenleving te overbruggen, maar ook die tussen geloof en ongeloof. Is dat een onmogelijke opdracht? Niet als zij vanuit hun identiteit dicht bij het hart van burgers komen en een appèl doen op hun associatieve en emotionele brein.
Kees van der Staaij (SGP) gaf op seculiere podia al een paar keer een voorbeeld hoe de rol van verbinder kan worden opgepakt. Onlangs ging hij in het televisieprogramma De Wereld Draait Door (VARA) in gesprek met Pieter Jiskoot (95), die met verlangen uitkijkt naar een wetsvoorstel over voltooid leven. Van der Staaij luisterde naar zijn gesprekspartner, nam hem serieus en toonde empathie. In zijn reactie op het pleidooi van Jiskoot om zelf te kunnen kiezen voor de dood, viel vooral zijn houding op. Van der Staaij sloeg een arm om Jiskoot heen en zei: “Wij willen u niet kwijt, wij willen u niet missen, want u bent waardevol!” Hij zat daar als een ‘vreemdeling’, maar niet als een buitenbeentje. Het optreden van Van der Staaij was authentiek en geloofwaardig, maar bewust of onbewust deed hij ook een appèl op het associatieve en emotionele systeem van ons brein.

Mensen kunnen het verschil maken en het vertrouwen herstellen. Christenen in de politiek die de verbinding zoeken met anderen zijn relevant. Gesprek schept ruimte voor nieuwe gelegenheidscoalities om politieke doelen te bereiken. Dat lukt niet in de loopgraaf van het eigen gelijk. Niet iedereen in de lokale politiek heeft de competenties en vaardigheden om als verbinder van politiek en samenleving te communiceren. Intussen is dat wel belangrijk voor de houdbaarheid van de lokale democratie. Daarom moet daar in geïnvesteerd en uiteindelijk ook op geselecteerd worden. Bestuurders en volksvertegenwoordigers moeten op hun taak berekend zijn.

Nico Schipper