De onmacht van een raadslid (2)

Het lukt gemeenteraadsleden door de decentralisatie van zorgtaken amper om hun taken goed uit te voeren. Hoe moeten ze kaders stellen en controleren als ze eigenlijk buitenspel gezet worden? Dat is de ervaring van 75% van de gemeenteraadsleden. Bovendien is de werkdruk enorm toegenomen. Dat blijkt uit een enquête van Nieuwsuur in samenwerking met de Vereniging van Raadsleden.

In een blog op 17 november schreef ik al over de onmacht van raadsleden. De reportage van Nieuwsuur bij de presentatie van de enquête onder gemeenteraadsleden brengt deze onmacht duidelijk in beeld. Het is de moeite waard om de uitzending te bekijken. Het item start op 27:03.

opinie
Raadsleden onderkennen de noodzaak van samenwerking om de bestuurlijke uitdagingen van de decentralisatie te kunnen behappen. Iedereen ziet ook de voordelen. Intussen kan niemand eromheen dat de democratische besluitvorming onder druk staat: “Raadsleden moeten hun bestuurders kunnen blijven controleren, ook al overstijgt het onderwerp hun gemeentegrens”.

In de praktijk blijkt dat moeizaam te verlopen. Er zijn volgens Ronald van Raak (SP) op dit moment meer dan 500 samenwerkingsverbanden: “Een nieuwe ondoorzichtige bestuurslaag, waar lokale bestuurders compromissen moeten sluiten over de zorg en ondersteuning van hun eigen inwoners. Compromissen die zij daarna moeten verdedigen in hun eigen gemeenteraad, die niks meer aan die afspraken kan veranderen”.

Over de oplossing van dit knelpunt zijn de meningen verdeeld. Raadsleden doen een beroep op minister Plasterk om hen meer bevoegdheden te geven, maar het is de vraag of hij daar iets voor voelt. De Drechtsteden hebben een andere oplossing bedacht. Zij roepen aan de voorkant van de beleidsvorming in de gemeenschappelijke regeling de Drechtstedenraad bij elkaar, waarin alle raadsleden uit alle gemeente meepraten en meebeslissen.

Volgens Remco Nehmelman is er echter maar één oplossing die echt soelaas biedt. De hoogleraar staatsrecht wil de plannen van minister Plasterk voor supergemeenten weer uit de kast halen: “Als je het als gemeente niet in je eentje kan, moet je de consequentie nemen en samengaan met andere gemeenten”.

Het komt erop aan dat wethouders de raad de gelegenheid bieden om aan de voorkant kaders te stellen en richting te geven. Niemand is gebaat bij formele stellingnames over bevoegdheden. Het komt aan op samenwerking. De wethouder is bemiddelaar. Mocht het op lokaal niveau niet lukken om er samen uit te komen, dan zou het kabinet wel eens in de prullenbak van Plasterk kunnen duiken…

Nico Schipper / 2 december 2015