De onmacht van een raadslid

In 2004, 2008 en 2012 werden er meer dan honderd wethouders naar huis gestuurd. Het ziet ernaar uit dat de gemeenteraden in 2015 weer hun spierballen tonen, want in de eerste helft van het jaar moesten er al 69 wethouders opstappen. Hoe komt dat toch? Laat de kwaliteit van de wethouders te wensen over of zijn het juist de gemeenteraden die stuntelen? Een spannende vraag!

Sinds de invoering van het dualisme in 2002 maken de wethouders geen deel meer uit van de gemeenteraad. Hun positie is vergelijkbaar met die van een minister en de gemeenteraad is de equivalent van de Tweede Kamer. Het aantal wethouders dat sindsdien naar huis werd gestuurd is enorm. Toch is niet alleen de invoering van het dualisme daar debat aan. De rijksoverheid draagt steeds meer taken over aan de lokale overheid. De ambtelijke organisatie van veel gemeenten is daar niet op berekend. Dat leidt tot ambtelijke samenwerking met buurgemeenten en gemeenschappelijke regelingen met ingewikkelde structuren. Het gevolg is dat de gemeenteraden op afstand komen te staan. Belangrijke beslissingen worden buiten de eigen gemeente genomen. De democratische controle stelt nauwelijks meer iets voor.

politieke-communicatie
Een gevoel van onmacht bekruipt het gemeenteraadslid. Hij wil kaders stellen en controle uitoefenen, maar kan dat niet. De wethouder is de enige die hij ter verantwoording kan roepen. Ik merk in de coaching van wethouders, dat vooral bestuurders in kleinere gemeenten daar de dupe van zijn. Het speelveld van de gemeenteraden wordt kleiner en de complexiteit van de bestuurlijke uitdagingen groter. De valkuil is dat gemeenteraden zich dan overal mee gaan bemoeien en op de man gaan spelen. Niet zo gek als de bal op een ander speelveld is terechtgekomen. Het beroerde is dat deze animositeit in de gemeentepolitiek niets oplevert. Integendeel. Het vertrek van een wethouder is meestal ook niet in het belang van de lokale samenleving. Hoe kan een gemeenteraadslid bijdragen aan een oplossing van dit probleem?

Het komt erop aan dat zij een duidelijk beeld hebben van hun taak in het lokaal bestuur. Daar moeten zij zich op concentreren en niet bezwijken voor de verleiding om op de stoel van de wethouder te gaan zitten. Het is nodig dat raadsleden zich verplaatsen in de positie van collegeleden en andersom. Dualisme functioneert alleen als gemeenteraden en colleges elkaar verstaan. Er is behoefte aan deskundige en ervaren raadsleden die nuchter blijven en vooral niet hijgerig doen. Deze wijze opstelling moeten zij met overtuiging communiceren. Het helpt als er dan ook nog een verstandige burgemeester meespeelt, die met zijn autoriteit zorgt voor stabiliteit. Dat heeft een gemeente nodig!

Nico Schipper / 17 november 2015