Theo van Gogh

Het is deze week elf jaar geleden dat Theo van Gogh op een beestachtige manier midden op straat werd vermoord. Ik was toen woordvoerder van André Rouvoet en herinner me het als de dag van gisteren. Het gebeurde op een dinsdagmorgen. Ik was nog maar nauwelijks het gebouw van de Tweede Kamer binnen of ik kreeg het nieuws te horen. Vlak voor het begin van de wekelijkse fractievergadering belde de NOS mij: “Hoi, heb je het gehoord van Theo van Gogh? Is Rouvoet beschikbaar voor een reactie in de studio aan de overkant?” Die kans is klein, dacht ik meteen. De fractievergadering was heilig voor hem. Die zou hij zelfs voor de moord op Theo van Gogh niet laten schieten.

Onderweg naar de fractievergadering polste ik hem. Het ging precies zoals ik had verwacht. Hij had er geen zin in: “Er staan belangrijke onderwerpen op de agenda”. Zijn reactie was ook ingegeven door verlegenheid: “Wat moet ik dan zeggen?” De reactie van Rouvoet op de brute moord zou er vanzelfsprekend een zijn van afschuw en verbijstering, maar hij zat in z’n maag met die andere kant van het verhaal. Theo van Gogh was een provocateur. Hij beledigde alles en iedereen. De rechtbank noemde zijn uitspraken “ruw en krenkend”. “Dat kan ik toch niet onbenoemd laten?”

“Nee, natuurlijk kan dat niet” reageerde ik. Intussen was het punt van Rouvoet duidelijk. Hoe zou het benoemen van de provocaties van Theo van Gogh uitgelegd worden? Ons commentaar mocht beslist niet suggereren dat hij deze barbaarse misdaad zelf uitgelokt had. Er was een risico dat het wel zo uitgelegd zou worden. Hoe groot was dat risico? En hoe konden we dat tackelen? Ik zag ook de kans. In het eenstemmige koor van verbijstering kon Rouvoet óók wijzen op de verantwoordelijkheid die de ruimte van het vrije woord van iedereen vraagt. Vooral omdat het echt zijn thema was, stimuleerde ik hem die balans aan te brengen: “Als jij het niet doet, wie doet het dan?” Maar nog steeds was hij niet enthousiast.

DSCF1112

Aan het begin van de fractievergadering belde de NOS opnieuw. Ik liep even naar buiten. De NOS bleek moeite te hebben om fractievoorzitters naar de studio te lokken. Terug in de vergadering fluisterde ik Rouvoet in dat hij waarschijnlijk alle ruimte zou krijgen voor zijn reactie. Tot mijn verbazing kondigde hij meteen zijn vertrek aan: “We ronden dit agendapunt af en daarna neemt Arie het over. Ik ga naar de studio om een reactie te geven op de moord op Theo van Gogh”. Hoorde ik dat goed? De knop was om!

Snelwandelend naar studio Dudock namen we de reactie nog snel door. Even later gaf Rouvoet voor de microfoon van de NOS z’n genuanceerde commentaar. Hij kreeg de ruimte. “Wat is er aan de hand in dit land? Als mensen vanwege hun uitspraken – even los van de inhoud daarvan – hun leven niet meer zeker zijn, is er iets fundamenteel mis. Ik maak me daar grote zorgen over. Opvattingen moet je met opvattingen bestrijden. Niet met geweld”. Normaal gesproken staan de fractievoorzitters in de rij, maar deze keer was dat anders. Intussen bleef het spannend! Hoe zou het benoemen van de provocaties opgepikt worden? “Iedereen mag zijn mening geven. Ook over moslims. Maar ‘eerlijk voor je mening uitkomen’ is nog iets anders dan ‘alles zeggen wat je denkt’. De vrijheid van meningsuiting vraagt om een zorgvuldig gebruik, waaruit respect voor andermans meningen blijkt. Ik heb mij vaak groen en geel geërgerd aan Theo van Gogh. Hij provoceerde. Als iedereen dat doet, gaat het fout”. Naderhand bleek dit commentaar naast zijn optreden in de campagne over de Europese Grondwet een moment dat hem autoriteit zou geven.

De volgende dag schreef Hans Goslinga in Trouw: “André Rouvoet, de fractieleider van de ChristenUnie, deed gisteren als enige politicus recht aan Theo van Gogh in diens rol van provocateur. (…) De meeste andere politici brandden louter kaarsjes voor de filmmaker en columnist als dienaar van de vrijheid van meningsuiting”. En amper twee maanden later koos de parlementaire pers Rouvoet tot politicus van het jaar. In het juryrapport werd hij geroemd als ‘een baken van rust en evenwichtigheid in deze hectische tijden en iemand die zijn hoofd koel houdt’. Zo kan het gaan als je op het juiste moment het inzicht en de moed hebt om te communiceren waar het op aankomt.

Nico Schipper / 4 november 2015